Het komt door Frits Spits. Die interviewde Marcel Möring in De Taalstaat. Ja, dan wil ik zijn roman wel lezen. Ik las het op de e-reader. Het het boek moet 505 pagina's dik zijn. Voor mij is dat een dik boek. Het is een roman over een groot schrijver, Mordechai Gompertz, van joodse afkomst ('maar niet fanatiek', zou Henk Elsink zeggen) die onafhankelijk is en wil zijn. Tijdens een televisie-uitzending slaat hij een interviewer die zijn grootvader beledigt. Hij wil daarna uit het openbare leven.
Mordechai heeft zelf heel wat beleefd en dat komt terug in het verhaal. Maar daarnaast duikt hij in het verleden van zijn familie. Die familieleden hebben ook weer van alles meegemaakt. Hij heeft een heel familiearchief in huis. Een deel van de familiegeschiedenis kent hij door verhalen die oudere familieleden hem hebben verteld.
Met al deze verhalen en al die personages wordt het een mooi en boeiend verhaal, waarin je behoorlijk wat reist in de tijd en over de planeet. Er zit een Droste-effect in omdat het gaat over een schrijver die over een schrijver schrijft. Soms denk je dat je over de schouder van Möring heen kijkt en soms over de schouder van Mordechai.
Ik maak er hier geen lang verhaal van. Ik vond het een mooi boek van een geweldige verteller.
O ja, ook in dit boek komen het scheermes van Ockham en Schrödingers kat voor. Die zie ik de laatste tijd wel vaker in boeken die ik lees. Dat kan allerlei gewone redenen hebben. Dankzij het scheermes zal ik me er niet druk om maken, maar het is toch opmerkelijk.