De ondergang van de familie Boslowits

De verteller, een jong kind, heeft het over een familie Boslowits, bekenden van zijn eigen familie. De vader, Hans, is gehandicapt, Hansje is een leeftijdgenoot van de verteller, Otto is het gehandicapte broertje, Moeder heet Jaanne. Het is oorlog. Vader Hans is op een bepaald moment te ziek om thuis te blijven en wordt door vrienden opgevangen. Otto is te zwaar gehandicapt en komt in een tehuis, waar hij slecht wordt behandeld. Omdat moeder niet op bezoek kan, gaat de moeder van de verteller er soms langs en die vertelt dat het allemaal goed geregeld is voor Otto. 

Geleidelijk wordt duidelijk dat er een reden is dat de moeder niet kan reizen. En het wordt duidelijk dat deze familie onraad ruikt. Ze brengen hun spullen onder bij bekenden. Kennelijk begrijpen ze dat ze er toch snel afstand van moeten doen. Jaanne en Hans worden opgehaald door de nazi's, het tehuis van Otto wordt leeggehaald en hij wordt zelf uiteraard vermoord. Vader Hans overleeft nog enige tijd op een zolder van vrienden maar daar pleegt hij zelfmoord door het innemen van medicijnen. Het lijk wordt zonder geluid te maken in een kanaal gegooid.

Van gewone vrienden van de familie naar de volledige vernietiging. 

Jaar uitgebracht
1950
Jaar gelezen
2026
Genre
Fictie